Ademhaling en luchtwegfunctie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch worden ze in de praktijk vaak óf los van elkaar beoordeeld, óf uitsluitend vanuit één invalshoek benaderd: chemisch, mechanisch, neurologisch of anatomisch. Wie met ademhaling werkt — in zorg, sport of coaching — merkt al snel dat geen enkele test op zichzelf het volledige verhaal vertelt. In dit artikel brengen we praktische, laagdrempelige methodes in kaart om zowel de ademregulatie als de luchtweg te beoordelen. Dit is geen diagnostiek, maar screening en richtinggeving: testen die kunnen helpen begrijpen waar je moet kijken en wat mogelijk verdere verdieping of doorverwijzing vraagt.
1) Subjectieve screening: hoe ervaart iemand zijn ademhaling?
Nijmegen Questionnaire
De Nijmegen Questionnaire is een bekende vragenlijst om klachten te inventariseren die passen bij disfunctionele ademhaling,
met name hyperventilatie-gerelateerde symptomen. Denk aan duizeligheid, tintelingen, benauwdheid en hartkloppingen.
Belangrijk: een hoge score is geen diagnose, maar een aanwijzing dat regulatie en perceptie
van ademhaling verstoord kunnen zijn.
Self Evaluating Breathing Questionnaire (SEBQ)
De SEBQ kijkt breder dan hyperventilatie alleen en richt zich op ademgedrag, controle en ervaren spanning rondom ademen.
Juist de combinatie van SEBQ en observatie in de praktijk maakt deze vragenlijst waardevol.
Intakeprotocol
Een goed intakegesprek blijft essentieel. Slaap, stress, leefstijl, mondademhaling, sportbelasting en eerdere medische
trajecten geven vaak al richting vóórdat er getest wordt.
2) Chemische tolerantie & ademregulatie
Deze testen geven inzicht in de chemische prikkel tot ademen, met name de gevoeligheid voor CO2.
De focus ligt niet op “winnen” of “presteren”, maar op kwaliteit van de ademprikkel, ontspanning en herstel.
Uitademingstest / tel jezelf leeg
Na een rustige uitademing telt de cliënt hardop totdat de eerste duidelijke ademprikkel ontstaat. Dit geeft informatie over ademdrang, controle en spanning.
Breath Hold Test
Een ademinhoudtest (bij voorkeur na normale inademing, zonder hyperventilatie). De focus ligt niet op “hoe lang”, maar op de kwaliteit van de ademprikkel en het herstel na afloop.
BOLT-score
De BOLT-score (Body Oxygen Level Test) is een laagdrempelige maat voor CO2-tolerantie. Als educatief instrument kan hij helpen om ademregulatie inzichtelijk te maken, mits niet absoluut geïnterpreteerd.
Rustademfrequentie (RR)
Vaak vergeten, maar zeer informatief: het tellen van de ademfrequentie in rust (1–3 minuten, liefst zonder aankondiging). Een verhoogde rustfrequentie wijst regelmatig op verhoogde autonome activatie en beperkte regulatie.
3) Mechanica & coördinatie van de ademhaling
Waar chemische testen iets zeggen over drang, laten mechanische observaties zien hoe iemand ademt. Deze laag vormt vaak de brug tussen ademregulatie en houding/bewegingsketen.
Thoraco-abdominale ademcoördinatie
Observatie van borst- en buikbewegingen in rust en bij lichte inspanning. Is er synchronie? Of juist paradoxale ademhaling? Deze observatie helpt het patroon concreet te maken en gericht te coachen.
Ademhaling onder lichte belasting
Bijvoorbeeld staand, in een lichte wall sit of tijdens rustig lopen. Verandert het patroon direct? Wordt de adem hoorbaar, hoog of onrustig? Dit geeft praktische informatie over belastbaarheid en adem-efficiëntie.
4) Instrumentele metingen (educatief)
Spirometrie
Spirometrie kan helpen om globale patronen te herkennen (restrictief, obstructief), maar zegt weinig over functionele ademregulatie. De waarde zit vooral in context bieden en in sommige gevallen uitsluiten van evidente longfunctieproblemen.
Pulse-oxymetrie (PulseOx)
Zuurstofsaturatie in rust is bij de meeste mensen normaal, ook bij disfunctioneel ademen. De meerwaarde zit vaak in het bespreken van de beperkingen van deze meting en het ontkrachten van de “zuurstof-mythe”.
5) Luchtweg & anatomische screening
Hier verschuift de focus van regulatie naar ruimte, vorm en positie van de bovenste luchtweg. Dit helpt met name bij het duiden van klachten rondom slaap, snurken, mondademhaling en mogelijke obstructie.
Mallampati-test
De Mallampati-score geeft inzicht in de zichtbaarheid van structuren in de orofarynx en wordt gebruikt als indicatie voor mogelijke luchtwegbeperking. In combinatie met slaapklachten kan dit een belangrijk signaal zijn.

Aanvullende airway-testen: ruimte, kaak en positie (3-3-2 test)
Deze test beoordeelt onder andere mondopening, de ruimte in de kaakregio en de positie van de bovenste luchtwegstructuren. Samen geven ze informatie over de potentiële ruimte van de bovenste luchtweg.

Neusdoorgankelijkheid (functionele beoordeling)
Eenvoudige observaties: links-rechts verschil, één neusgat afsluiten, ademgeluid en weerstand. De neus wordt vaak vergeten, terwijl hij cruciaal is voor ademregulatie en slaap.
6) Slaap-gerelateerde ademhaling (screenend)
Omdat ademhaling ’s nachts niet bewust gestuurd wordt, is slaap een belangrijke spiegel van het systeem. Onderstaande signalen zijn geen diagnose, maar kunnen aanleiding zijn tot verdere evaluatie of doorverwijzing.
- Epworth Sleepiness Scale (slaperigheid overdag)
- Snurken (frequentie, luidheid, positie-afhankelijk)
- Droge mond bij ontwaken
- Niet-verkwikkende slaap of nachtelijke onrust (subjectief)
Tot slot: testen is geen doel op zich
Geen enkele test staat op zichzelf. Ademhaling is een dynamisch samenspel van chemie, mechanica en anatomie, beïnvloed door houding, stress, slaap en gedrag. Door meerdere lagen te combineren ontstaat een rijker en betrouwbaarder beeld.
Praktische adem- en airway-tests helpen niet om labels te plakken, maar om richting te geven:
Wat speelt hier? Waar ligt de primaire beperking? En wat vraagt verdieping of samenwerking met andere disciplines?
Dat is precies waar ademfysiologie in de praktijk begint.
Praktijknoot: gebruik deze methodes als screening en als basis voor een onderbouwd gesprek.
Bij alarmsignalen of sterke aanwijzingen voor obstructieve slaapproblematiek hoort passende doorverwijzing.


