Hoe komt het dat we massaal denken dat een baby een speen nodig heeft?

Kijk eens naar een willekeurige foto van een baby. De kans is groot dat er een speen in zit. Op verpakkingen. In reclames. Op social media. Zelfs in educatief materiaal. Alsof we collectief hebben besloten: zó ziet een baby eruit. Maar dat is natuurlijk vreemd. Want een speen is geen onderdeel van het menselijk lichaam. Het is een uitvinding. Een hulpmiddel. En toch voelt het alsof het er altijd al bij hoorde.

Dat is hoe normalisering werkt. Niet doordat iets per se beter is, maar doordat we het vaak genoeg zien. Tot we vergeten dat het ooit een keuze was.

Laat ik duidelijk zijn: een speen is niet het probleem. In de eerste levensfase kan het zelfs helpen. Het kalmeert, het reguleert, en het kan in sommige situaties bescherming bieden tijdens de slaap. Maar ergens onderweg verandert er iets. Wat begint als hulpmiddel, wordt langzaam een gewoonte. En wat een gewoonte wordt, wordt uiteindelijk onzichtbaar. En precies daar wordt het interessant.

Want ondertussen gebeurt er van alles onder de oppervlakte. Niet in de longen, maar in de structuur daaromheen:

  • de positie van de tong

  • de vorm van de kaak

  • de sluiting van de lippen

Kleine dingen, zou je denken. Maar kleine dingen, vaak herhaald, vormen uiteindelijk het lichaam.

Wetenschap laat zien dat langdurig en frequent speengebruik samenhangt met veranderingen in het gebit en de kaak.

Een open beet. Tanden die naar voren staan. Een smallere bovenkaak. Dat zijn geen details. Dat is de architectuur van de luchtweg. En hier zit misschien wel de kern van het verhaal: We zijn gaan geloven dat iets normaal is, zonder nog te vragen of het ook optimaal is. Omdat het overal is. Omdat iedereen het doet. Omdat het zo hoort?

Maar stel je eens voor dat we het omdraaien. Dat we een wereld zouden hebben waarin baby’s zelden met een speen worden afgebeeld. Zouden we het dan nog steeds zo vanzelfsprekend vinden? Of zouden we het zien voor wat het is: een hulpmiddel — nuttig, maar tijdelijk.

Misschien is dat de echte vraag. Niet of een speen goed of slecht is. Maar of we nog in staat zijn om te zien waar het hulpmiddel ophoudt en waar het systeem het weer zelf moet doen. Want gezondheid begint zelden met een grote ingreep. Meestal begint het met iets kleins. Iets wat zo normaal is geworden dat we vergeten zijn er nog naar te kijken.

Dus wat doen we hiermee?

Als we weten dat langdurig zuiggedrag — of dat nu een speen is of duimen — invloed heeft op de vorming van mond, kaak en daarmee de luchtweg, dan kunnen we het niet meer wegzetten als een onschuldig detail. Dan wordt het een factor die groei en ontwikkeling beïnvloedt. En dit vraagt om bewust handelen.

Voor ouders begint het niet bij stoppen, maar bij begrijpen.

Want niemand geeft een speen “zomaar”.

Een speen is vaak een oplossing voor:

  • onrust

  • vermoeidheid

  • behoefte aan troost

  • behoefte aan regulatie

En precies daarom werkt hij zo goed. Dus het advies is niet: haal hem er abrupt uit. Het advies is: maak hem minder nodig. Concreet betekent dat:

  • Beperk gebruik tot specifieke momenten (bijv. slapen, niet overdag continu)

  • Haal de speen actief weg zodra het kind slaapt

  • Stimuleer lipsluiting en neusademhaling overdag

  • Let op mondhouding: open mond = signaal, geen toeval

  • Bouw gebruik af rond 6–12 maanden, en voorkom dat het een gewoonte wordt na 1 jaar

En misschien wel de belangrijkste:

Zie de speen niet als standaard, maar als tijdelijke interventie Want na 12 maanden verandert het spel.

Waar de speen eerst nog helpt reguleren, begint hij daarna steeds vaker ontwikkeling te beïnvloeden. De kaak groeit. De tanden komen door. De tongpositie wordt bepalend. De luchtweg ontwikkelt zich verder. En juist in die fase kan chronisch zuiggedrag de balans verstoren.

Dit is het punt waar we als professionals scherper moeten worden.

Want laten we eerlijk zijn, we accepteren dingen bij kinderen die we bij volwassenen direct zouden behandelen:

  • een open mond in rust

  • snurken

  • onrustige slaap

  • een smalle bovenkaak

  • een tong die laag ligt

Bij een volwassene zouden we zeggen: hier klopt iets niet. Bij een kind noemen we het vaak “fase”. Maar sommige fases vormen structuren. En structuren bepalen functie. En vorm volgt functie.

Daar zit de echte urgentie.

Niet omdat de speen op zichzelf “gevaarlijk” is, maar omdat langdurig gebruik kan bijdragen aan:

  • een minder goed ontwikkelde luchtweg

  • verhoogde kans op mondademen

  • slechtere slaapkwaliteit

  • en op langere termijn zelfs ademgerelateerde stoornissen

  • een minder mooi (ja subjectief) gezifht

En ja — in extreme gevallen raakt daarmee de luchtweg letterlijk in het gedrang. Niet morgen. Maar wel over jaren.

Dus wat vraagt dit van ons?

Van ouders: bewustzijn, timing en geleidelijke afbouw.

Van professionals: durven benoemen wat we zien.

Niet alleen tanden. Niet alleen gedrag. Maar het geheel:

luchtweg, functie en ontwikkeling.

Misschien moeten we daarom stoppen met de vraag: “Is een speen goed of slecht?” En beginnen met de vraag:

“Wat doet dit met de ontwikkeling van dit kind — vandaag én over vijf jaar?”

Want als we één ding weten uit de fysiologie: Wat je vroeg normaliseert, wordt later moeilijk te corrigeren.

Over de auteur

Leer nu alles over ademfysiologie en maak het verschil in jouw vakgebied!

Er is werk aan de winkel. De ademhaling verdient meer tijd en aandacht in verschillende werkvelden om prestaties, slaap en kwaliteit van leven te vergroten en afhankelijk van medicatie daar waar mogelijk te verminderen. In de theoretische leergang verkrijg je diepgaande kennis over de ademhaling en hoe je disfunctioneel ademhalen professioneel kunt testen, meten en aanpakken.

Verder lezen?

Bekijk hieronder de meest recente publicaties. Of klik hier voor alle berichten inclusief een filteroptie. 

Hoe komt het dat we massaal denken dat een baby een speen nodig heeft?

Kijk eens naar een willekeurige foto van een baby. De kans is groot dat er een speen in zit. Op verpakkingen. In reclames. Op social ...

UARS: een onderbelicht mechanisme in slaap, ademhaling en herstel — en waarom het vooral bij vrouwen gemist wordt

Ze slapen. Zeven, soms acht uur per nacht. En toch worden ze wakker alsof ze nauwelijks hebben gerust. De klachten zijn herkenbaar: vermoeidheid, een hoofd ...

Ademcoach, ademtherapeut of ademfysioloog?

Waarom Nederland meer ademfysiologen nodig heeft. Er is iets bijzonders aan de hand met ademhaling. Jarenlang was het een onderwerp waar bijna niemand zich mee ...