Ademregulatie bij kinderen na beademing: kijken we wel naar de juiste signalen?

Een verkennend praktijkonderzoek naar ademregulatie bij kinderen die vijf dagen of langer beademd zijn geweest. Over subtiele signalen die niet op een monitor verschijnen, maar wel in slaap, energie en belastbaarheid.

De ademhaling als vergeten systeem

Kinderen die beademd zijn geweest, worden na hun ziekenhuisopname zorgvuldig gevolgd: groei, neurologische ontwikkeling, motoriek, longfunctie en herstel. En terecht.

Maar één systeem gaat dag en nacht door, meestal zonder veel aandacht: de ademhaling. Zolang een kind niet benauwd is en de saturatie goed is, lijkt ademhaling al snel ‘in orde’.

Toch is ademhaling meer dan zuurstof erin en koolstofdioxide eruit. Het is ook een regulerend systeem. Het beïnvloedt hoe een kind spanning verwerkt, herstelt na inspanning, slaapt en zich concentreert.

Een open mond na rennen of bij verkoudheid is normaal. Het wordt interessanter wanneer patronen terugkomen: mondademhaling in rust, snurken, onrustige slaap, vermoeidheid of traag herstel. Los van elkaar kleine signalen. Samen kunnen ze iets vertellen over ademregulatie.

De vraag achter dit onderzoek

Ilse Verwijs – van den Heuvel werkte zestien jaar als IC-kinderverpleegkundige, waar beademing dagelijkse zorg was. Tijdens haar opleiding tot ademfysioloog vroeg ze zich af: wat gebeurt er met ademregulatie als de acute fase voorbij is? Niet op de monitor, maar later, in het dagelijks leven.

Hebben kinderen die beademd zijn geweest vaker kenmerken van een verstoorde ademregulatie dan kinderen zonder beademingsgeschiedenis?

Het onderzoek was verkennend en beschrijvend: niet bedoeld om te diagnosticeren, maar om signalen zichtbaar te maken. Ouders van 62 kinderen vulden een aangepaste ouderversie van de SEBQ-vragenlijst in, die kenmerken van disfunctioneel ademhalen in kaart brengt. 33 kinderen waren vijf dagen of langer beademd, 29 niet.

Wat viel op?

De beademde kinderen scoorden gemiddeld hoger op ademgerelateerde klachten. Ook kwam een groter deel boven de oriënterende afkapwaarde van de SEBQ uit: 61% van de kinderen met beademingsgeschiedenis, tegenover 41% in de controlegroep.

Dat betekent niet dat al deze kinderen een diagnose hebben, en ook niet dat beademing automatisch leidt tot disfunctionele ademhaling. Maar het verschil is wel relevant.

Binnen de beademde groep leken prematuur geboren kinderen gemiddeld hoger te scoren. Daar zijn geen harde conclusies aan te verbinden, maar het is een interessant spoor voor vervolgonderzoek.

Geen zieke longen, wel subtiele signalen

De gevonden signalen passen niet vooral bij acute longproblemen. Het gaat om iets subtielers: hoe de ademhaling zich gedraagt in rust, bij spanning, na inspanning en tijdens de slaap. Een laag die je niet altijd ziet op een monitor, maar soms wel terugziet in gedrag, energie, slaap en belastbaarheid.

Daardoor wordt het makkelijk gemist. Een kind zegt niet: ‘Ik heb een verstoorde ademregulatie.’ Ouders zeggen eerder: ‘Hij is snel moe’, ‘Ze slaapt onrustig’ of ‘Ze heeft vaak haar mond open.’

Sommige signalen zijn zichtbaar, zoals een open mond in rust, snurken of snel buiten adem zijn. Andere uiten zich indirect: vermoeidheid, concentratieproblemen, onrustige slaap en traag herstel na inspanning.

 

Mondademhaling is geen karakterfout

Een kind dat veel door de mond ademt, doet dat meestal niet ‘gewoon verkeerd’. Bij een verstopte neus, vergrote neusamandelen, allergie of een aangeleerd patroon wordt de mond een soort bypass. Tijdelijk is dat logisch. Blijft het maanden of jaren bestaan, dan kan het invloed hebben op slaap, herstel en mogelijk de orofaciale ontwikkeling.

De eerste vraag is daarom niet ‘Hoe krijgen we die mond dicht?’, maar:

Waarom kiest dit kind deze ademroute?

Wat kun je ermee in de praktijk?

Voor professionals ligt hier vooral een signalerende taak. Niet elk kind dat snurkt of snel moe is, heeft een ademprobleem. Maar ademhaling mag explicieter worden meegenomen in het totaalbeeld. Een paar eenvoudige vragen geven al veel informatie:

  • Ademt het kind in rust door de neus of door de mond?
  • Slaapt het kind met open mond, snurkt het of is de ademhaling hoorbaar?
  • Herstelt de ademhaling rustig na inspanning?
  • Is het kind opvallend snel moe, onrustig in de slaap of slecht geconcentreerd?
  • Zijn er aanwijzingen voor allergie, neusverstopping of KNO-problematiek?

Zo wordt ademhaling geen apart eiland, maar onderdeel van bestaande observatie: bij de kinderfysiotherapeut, logopedist, mondzorgprofessional, KNO-arts, kinderarts en ademfysiologisch professional. Iedere discipline ziet een ander stukje. Samen ontstaat een vollediger beeld.

Ook ouders kunnen deze vragen gebruiken. Zij zien hoe hun kind slaapt, wakker wordt en herstelt na spel. Kijk niet naar één moment, maar naar patronen. Komen meerdere signalen regelmatig terug? Bespreek het dan met een zorgprofessional. Niet vanuit paniek, maar vanuit nieuwsgierigheid.

Beperkingen

Dit is een eerste verkenning. De groep was klein, de ouderversie van de SEBQ is niet gevalideerd voor kinderen, de gegevens berusten op ouderrapportage, er is geen significantietoets gedaan en factoren als prematuriteit of luchtwegproblematiek zijn niet apart gecontroleerd. De resultaten zijn daarom richtinggevend en hypothesevormend, geen definitief bewijs.

Van overleving naar functioneren

De zorg voor ernstig zieke kinderen is enorm verbeterd. Kinderen overleven situaties die vroeger weinig perspectief boden. Daarmee ontstaat een nieuwe vraag: hoe functioneren zij later, ook in slaap, energie, herstel en aandacht?

Ademhaling loopt dwars door al die domeinen heen. Misschien wordt het juist daarom zo vaak gemist: het hoort niet bij één vakgebied, en daardoor voelt niemand zich er volledig eigenaar van.

Dit onderzoek bewijst geen oorzaak-gevolgrelatie, maar laat wel een relevant patroon zien. En omdat ademhaling op de kinderleeftijd nog beïnvloedbaar is, verdient dat patroon aandacht. Soms begint goede zorg niet met een nieuwe behandeling, maar met een betere vraag. Niet alleen: zijn de longen in orde? Maar ook:

Hoe ademt dit kind in het dagelijks leven?

Oproep tot samenwerking

Vervolgonderzoek met grotere groepen en betere meetinstrumenten is nodig, samen met professionals uit kindzorg, ademfysiologie, logopedie, kinderfysiotherapie, mondzorg, KNO en pediatrie.

Werk je met kinderen en herken je deze signalen? Of wil je meedenken over vervolgonderzoek? Neem dan contact op met Ilse Verwijs – van den Heuvel via tidalvolume.nl

Wil je zelf leren hoe je disfunctionele ademhaling bij kinderen herkent? Bekijk dan de opname van het webinar Disfunctioneel Ademhalen bij Kinderen of de opleiding ademfysiologie.

Bronnen:

  1. Boulding, R., Stacey, R., Niven, R., & Fowler, S. J. (2016). Dysfunctional breathing: A review of the literature and proposal for classification. European Respiratory Review.
  2. Dong, Z., et al. (2021). Early rehabilitation relieves diaphragm dysfunction induced by prolonged mechanical ventilation: A randomised control study. BMC Pulmonary Medicine.
  3. Freeman, A., et al. (2024). Associations of breathing pattern disorder and Nijmegen score with clinical outcomes in difficult-to-treat asthma. Journal of Allergy and Clinical Immunology: In Practice.
  4. Instituut voor Ademfysiologie. (2024). Invloed van het ademhalingspatroon op het leerproces, de kwaliteit van leven en de gezichtsontwikkeling bij kinderen.
  5. Instituut voor Ademfysiologie. (2024). Open Mond Gedrag (OMG): Een onzichtbare epidemie die de gezondheid en ontwikkeling van kinderen en volwassenen bedreigt.
  6. Instituut voor Ademfysiologie. (2025). De krimpende kaak en de stikkende samenleving: hoe we onze gezichten verprutsten – en wat dat doet met onze ademhaling.
  7. Verwijs – van den Heuvel, I. (2026). Onderzoek disfunctionele ademhaling bij kinderen. Eindopdracht opleiding tot ademfysioloog, Instituut voor Ademfysiologie.

Over de auteur

Leer nu alles over ademfysiologie en maak het verschil in jouw vakgebied!

Er is werk aan de winkel. De ademhaling verdient meer tijd en aandacht in verschillende werkvelden om prestaties, slaap en kwaliteit van leven te vergroten en afhankelijk van medicatie daar waar mogelijk te verminderen. In de theoretische leergang verkrijg je diepgaande kennis over de ademhaling en hoe je disfunctioneel ademhalen professioneel kunt testen, meten en aanpakken.

Verder lezen?

Bekijk hieronder de meest recente publicaties. Of klik hier voor alle berichten inclusief een filteroptie. 

Ademregulatie bij kinderen na beademing: kijken we wel naar de juiste signalen?

Een verkennend praktijkonderzoek naar ademregulatie bij kinderen die vijf dagen of langer beademd zijn geweest. Over subtiele signalen die niet op een monitor verschijnen, maar ...

Begin (weer) bij de A. De A van Airway.

Iedereen in de zorg kent deze regel: A – Airway B – Breathing C – Circulation Een van de oudste en meest fundamentele regels uit ...

Adem inhouden en sportprestaties: volle longen, lege longen en hyperventilatie

Adem inhouden wordt gebruikt door zwemmers, freedivers, hardlopers, vechtsporters en teamsporters. Soms is het een noodzakelijk onderdeel van de sport (zoals een verwurging bij vechtsporten), ...